zondag 22 mei 2011

Wikipedia verrijkt

Vorig jaar las ik De valse dageraad van Jan van Aken, een historische roman die speelt rond het jaar 1000. Het leven van de hoofdpersoon speelt zich af in verschillende Europese regio's: Het Heilige Roomse Rijk en de Lage Landen, Engeland, Denemarken, Andalusië en het huidige Oekraïne en Rusland. Dit wekte mijn interesse voor de geschiedenis van deze regio's in deze periode. Regelmatig raadpleegde ik Wikipedia om een en ander na te kijken. Niet alleen kwam ik zo veel te weten, het verhoogde ook mijn plezier in het lezen van de roman. Nu is het bekend dat kennis van een onderwerp de positieve beleving ervan verhoogt; niet onbelangrijk voor bijvoorbeeld tentoonstellingsbezoekers. Hoe kan het NAi dit mechanisme in haar voordeel laten werken door een goed gebruik van Wikipedia en andere social media?

woensdag 4 mei 2011

Duizelingwekkende Twitterstatistieken

Op 14 april berichtte nu.nl dat Twitter 105.779.710 geregistreerde gebruikers heeft. Elke dag komen daar 300.000 nieuiwe bij. Per dag worden ongeveer 50 miljoen berichten op Twitter geplaatst. De informatie komt van Biz Stone, een van de oprichters van Twitter.
Als het om cijfers gaat, zijn er veel tegenstrijdige berichten, die vooral vragen oproepen.
Interessanter dan het aantal account dat is aangemaakt, is hoeveel er daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. De website http://www.socialmedianetwork.nl/ (april 2011) zegt dat Twitter volgens het bedrijf zelf 175 miljoen geregistreerde gebruikers heeft. Maar merkt daarbij op dat:
56 miljoen Twitter accounts hebben geen volger
90 miljoen gebruikers volgen geen enkel account

Op Facebook geloven ze dat een actieve gebruiker minimaal 10 vrienden heeft. Als we deze theorie loslaten op Twitter blijkt dat:
56 miljoen accounts volgen 8 of meer accounts.
38 miljoen accounts volgen 16 of meer accounts
12 miljoen accounts volgen 64 of meer accounts.
Verder, er zijn slechts 1,5 miljoen accounts op Twitter die 512 of meer accounts volgen.
(Dit bericht is een vertaling/bewerking van dit bericht)

Een min of meer recent artikel over Nederlandse Twitteraars staat op de Nieuwe Reporter:
Maar die komen er ook niet uit, betrouwbare cijfers zijn er eigenlijk niet, alleen omdat niemand transparant maakt hoe cijfers precies verkregen worden. Bij Twitter is deze onhelderheid nog duizend maal groter. Bedrijven hebben kennelijk een geautomatiseerde methode gevonden om actieve twitteraars te meten, maar ze geven geen inzicht in hoe die methode werkt. De cijfers zijn onderling zo verschillend dat het nauwelijks betrouwbare metingen kunnen zijn, laat staan dat ze iets over het aantal twitteraars zeggen. Hoe maakt comScore onderscheid tussen twitteraars jonger en ouder dan 15 jaar, wanneer geld je als ‘Nederlandse twitteraar’ en hoe actief moet je zijn om in de analyse terecht te komen?
Voor wie geïnteresseerd is in de cijfers, is dit misschien leuk om bij te houden: Laatste bericht: 200 miljoen accounts op 30 april 2011. Voor wat het waard is.

Wat doet en zegt @NAiMuseum?

Twitter

In een wat uitgedunde samenstelling heeft ons groepje (Christel, Frans, Petra) zich gebogen over groepsopdracht 4. NaiMuseum twittert voornamelijk over nieuws en foto’s van de verbouwing, nieuwe blogberichten en etalagestukken (vaste rubrieken), nieuws uit het NAi (UAR, postzegel, opbouw tentoonstellingen), activiteiten (aankondiging of verslag ervan, zoals Upload Cinema, Burenavond). Over de inhoud hebben de dames van Sterk Werk trouwens al zinnige dingen gezegd. Ondertussen proberen we ons een beeld te vormen van de cultuurconsument, die wij als doelgroep voor ogen hebben bij onze Twitteractiviteiten. Het is daar nu nog wat vroeg voor, maar het zou natuurlijk interessant zijn om te bekijken of die doelgroep overeenkomt met de groep die ons daadwerkelijk volgt. Scrollend  door onze 320 volgers, zien we daar ook veel musea en andere culturele organisaties, erfgoedmensen, bureaus op het gebied van architectuur en design. Om maar te zeggen: doelgroepen zijn zo strikt niet van elkaar te scheiden en overlappen elkaar goeddeels. Om ‘de cultuurconsument’ als uitgangspunt te nemen is heel werkbaar (die professionals zijn óók gewoon cultuurconsumenten, al dan niet in hun vrije tijd), maar we moeten ook weer niet te bang zijn om iets te posten dat misschien een beetje richting vakpubliek gaat, af en toe. We denken dat je gaandeweg ook gewoon naar de praktijk moet kijken; wie zijn nu eigenlijk onze volgers, en moeten we onze contentstrategie daarop misschien bijstellen.

Kijkend naar de lijst Following, is er weinig lijn te brengen in wie wij zelf op Twitter volgen en wie niet. Waarom wel Vereniging de Hollandse Molen, en niet Ed Taverne, emeritus hoogleraar architectuurgeschiedenis in Groningen? Waarom wel een willekeurig individu die niemand kent, en niet een museumprofessional? Vooral in het begin zijn mensen gevolgd met geen andere reden dan als soort beloning dat ze de eerste volgers waren. Een aardig gebaar, maar of we er goed aan doen? We hebben er eigenlijk niets aan, behalve dat het een hoop ruis geeft. En bovendien: ook met wie je volgt laat je zien wie je bent, en mensen achteraf weer ontvolgen, is ook weer zo onaardig. Niemand zal ook van ons verwachten dat we iedereen terug gaan volgen.

Zoeken met http://searchtwitter.com/  levert niets op voor nederlands architectuurinstituut of netherlands architecture instiute. Ook niet met “”. Niemand gebruikt zo’n lange naam in een tweet. NAi geeft juist weer teveel resultaat, en voornamelijk ruis. Dat neem je niet weg door te zoeken op tweets geschreven in het nederlands. Resultaten blijken helemaal niet louter Nederlandse tweets te bevatten. NaiCollectie levert ook niks op, terwijl dat wel gebruikt is in tweets. Misschien te oud inmiddels.
Over ‘architectuur’ wordt te veel gezegd om te kunnen volgen. Als je wel iets ziet waar je op in kunt springen is het een toevalstreffer. Je moet zoekopdrachten, welke dan ook, trouwens vaak herhalen, omdat ‘older tweets’ al snel niet meer beschikbaar zijn. Toch vonden we zo wel iemand die tweette benieuwd te zijn naar de lezing van John Habraken bij ons. Het bericht was gehashtagged met #NAi en #Architectuur. Als je alleen naar je Mentions had gekeken (@NaiMuseum) dan had je dit bericht niet gezien. We hebben met een Reply gereageerd, en verwezen naar de informatie over de lezing op onze website. Het blijkt iemand te zijn die het Rotterdamse bureau/bedrijf Architectuurzaken runt. Via dit account kwamen we op die van twee redacteuren van het tijdschrift De Architect. We hebben ze, uit naam van NaiMuseum, gefollowed. Ook omdat het aardig zou zijn om wat meer architectuurnieuwtjes te twitteren, zeker als ze gerelateerd zijn aan iets dat hier speelt.