maandag 28 maart 2011
Over Facebook en Twitter
'Behalve tot tijdsverspilling, leiden sociale media ook tot gebrek aan concentratie, akelig gedrag en verstoorde relaties'. Zegt Stine Jensen in de Volkskrant van afgelopen zaterdag in een interview nav de Maand van de Filosofie.
zaterdag 26 maart 2011
Mensen van de inhoud
Tijdens de eerste bijeenkomst, een introductie op de cursus en het sociale web, moest ik aan twee dingen in het bijzonder denken. Het eerste was dat wij ons tot nu toe vooral gericht hebben op de grote, algemene sociale platforms, zoals Twitter, Facebook, YouTube, Flickr. En nu ben ik plannen aan het maken voor Wikipedia en Wikimedia. Omdat daar de grote massa zich ophoudt, omdat daar je boodschap of je collectie in groten getale gedeeld en verder verspreid kan worden. Het zijn voornamelijk publieksdiensten.
Ik vroeg me af of we niet soms dreigen te vergeten de inhoud op te zoeken. Die kleine niches waar precies dat publiek of die vakgenoten zitten met wie jij je ideeen en plannen kunt bespreken, met wie je misschien kunt samenwerken of die je nodig hebt voor je informatievoorziening. Daarom is het volgens mij zo belangrijk om ook ‘mensen van de inhoud’ met sociale media te laten werken. Tussen vakgenoten vindt de werkelijke kennisoverdracht plaats. En dan zijn die grote platforms soms wel, maar niet altijd de juiste. Dan is het in elk individueel geval zoeken naar een medium dat geschikt is voor je eigen vakgebied en je eigen doelstellingen. Uiteindelijk moet er denk ik een soort onderstroom gaan ontstaan van vakspecialisten die onder eigen naam dat sociale web opgaan. Die scheiding is bij mijzelf ook aan het ontstaan: op Facebook, op @NAiMuseum en op Flickr post ik, uit naam van het NAi, dingen over de collectie die voor een algemeen publiek leuk of interessant zijn, een gemeleerd publiek soms van ‘cultuurconsumenten’ en ‘jonge professionals’ , maar toch:consumenten. Aan de andere kant gebruik ik het weblog Archief 2.0 en sinds kort Twitter om op persoonlijke titel in contact te komen met vakgenoten uit de (digitale) erfgoedwereld. Het zou een misvatting zijn te denken dat na deze cursus ‘iedereen op Facebook moet’. Want waarschijnlijk is dat helemaal niet zo zinvol. Ik hoop vooral dat na deze cursus iedereen in staat is de voor hem of haar ‘juiste’ tools en platforms te kiezen en te gebruiken.
Ik vroeg me af of we niet soms dreigen te vergeten de inhoud op te zoeken. Die kleine niches waar precies dat publiek of die vakgenoten zitten met wie jij je ideeen en plannen kunt bespreken, met wie je misschien kunt samenwerken of die je nodig hebt voor je informatievoorziening. Daarom is het volgens mij zo belangrijk om ook ‘mensen van de inhoud’ met sociale media te laten werken. Tussen vakgenoten vindt de werkelijke kennisoverdracht plaats. En dan zijn die grote platforms soms wel, maar niet altijd de juiste. Dan is het in elk individueel geval zoeken naar een medium dat geschikt is voor je eigen vakgebied en je eigen doelstellingen. Uiteindelijk moet er denk ik een soort onderstroom gaan ontstaan van vakspecialisten die onder eigen naam dat sociale web opgaan. Die scheiding is bij mijzelf ook aan het ontstaan: op Facebook, op @NAiMuseum en op Flickr post ik, uit naam van het NAi, dingen over de collectie die voor een algemeen publiek leuk of interessant zijn, een gemeleerd publiek soms van ‘cultuurconsumenten’ en ‘jonge professionals’ , maar toch:consumenten. Aan de andere kant gebruik ik het weblog Archief 2.0 en sinds kort Twitter om op persoonlijke titel in contact te komen met vakgenoten uit de (digitale) erfgoedwereld. Het zou een misvatting zijn te denken dat na deze cursus ‘iedereen op Facebook moet’. Want waarschijnlijk is dat helemaal niet zo zinvol. Ik hoop vooral dat na deze cursus iedereen in staat is de voor hem of haar ‘juiste’ tools en platforms te kiezen en te gebruiken.
vrijdag 25 maart 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)