zondag 22 mei 2011

Wikipedia verrijkt

Vorig jaar las ik De valse dageraad van Jan van Aken, een historische roman die speelt rond het jaar 1000. Het leven van de hoofdpersoon speelt zich af in verschillende Europese regio's: Het Heilige Roomse Rijk en de Lage Landen, Engeland, Denemarken, Andalusië en het huidige Oekraïne en Rusland. Dit wekte mijn interesse voor de geschiedenis van deze regio's in deze periode. Regelmatig raadpleegde ik Wikipedia om een en ander na te kijken. Niet alleen kwam ik zo veel te weten, het verhoogde ook mijn plezier in het lezen van de roman. Nu is het bekend dat kennis van een onderwerp de positieve beleving ervan verhoogt; niet onbelangrijk voor bijvoorbeeld tentoonstellingsbezoekers. Hoe kan het NAi dit mechanisme in haar voordeel laten werken door een goed gebruik van Wikipedia en andere social media?

woensdag 4 mei 2011

Duizelingwekkende Twitterstatistieken

Op 14 april berichtte nu.nl dat Twitter 105.779.710 geregistreerde gebruikers heeft. Elke dag komen daar 300.000 nieuiwe bij. Per dag worden ongeveer 50 miljoen berichten op Twitter geplaatst. De informatie komt van Biz Stone, een van de oprichters van Twitter.
Als het om cijfers gaat, zijn er veel tegenstrijdige berichten, die vooral vragen oproepen.
Interessanter dan het aantal account dat is aangemaakt, is hoeveel er daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. De website http://www.socialmedianetwork.nl/ (april 2011) zegt dat Twitter volgens het bedrijf zelf 175 miljoen geregistreerde gebruikers heeft. Maar merkt daarbij op dat:
56 miljoen Twitter accounts hebben geen volger
90 miljoen gebruikers volgen geen enkel account

Op Facebook geloven ze dat een actieve gebruiker minimaal 10 vrienden heeft. Als we deze theorie loslaten op Twitter blijkt dat:
56 miljoen accounts volgen 8 of meer accounts.
38 miljoen accounts volgen 16 of meer accounts
12 miljoen accounts volgen 64 of meer accounts.
Verder, er zijn slechts 1,5 miljoen accounts op Twitter die 512 of meer accounts volgen.
(Dit bericht is een vertaling/bewerking van dit bericht)

Een min of meer recent artikel over Nederlandse Twitteraars staat op de Nieuwe Reporter:
Maar die komen er ook niet uit, betrouwbare cijfers zijn er eigenlijk niet, alleen omdat niemand transparant maakt hoe cijfers precies verkregen worden. Bij Twitter is deze onhelderheid nog duizend maal groter. Bedrijven hebben kennelijk een geautomatiseerde methode gevonden om actieve twitteraars te meten, maar ze geven geen inzicht in hoe die methode werkt. De cijfers zijn onderling zo verschillend dat het nauwelijks betrouwbare metingen kunnen zijn, laat staan dat ze iets over het aantal twitteraars zeggen. Hoe maakt comScore onderscheid tussen twitteraars jonger en ouder dan 15 jaar, wanneer geld je als ‘Nederlandse twitteraar’ en hoe actief moet je zijn om in de analyse terecht te komen?
Voor wie geïnteresseerd is in de cijfers, is dit misschien leuk om bij te houden: Laatste bericht: 200 miljoen accounts op 30 april 2011. Voor wat het waard is.

Wat doet en zegt @NAiMuseum?

Twitter

In een wat uitgedunde samenstelling heeft ons groepje (Christel, Frans, Petra) zich gebogen over groepsopdracht 4. NaiMuseum twittert voornamelijk over nieuws en foto’s van de verbouwing, nieuwe blogberichten en etalagestukken (vaste rubrieken), nieuws uit het NAi (UAR, postzegel, opbouw tentoonstellingen), activiteiten (aankondiging of verslag ervan, zoals Upload Cinema, Burenavond). Over de inhoud hebben de dames van Sterk Werk trouwens al zinnige dingen gezegd. Ondertussen proberen we ons een beeld te vormen van de cultuurconsument, die wij als doelgroep voor ogen hebben bij onze Twitteractiviteiten. Het is daar nu nog wat vroeg voor, maar het zou natuurlijk interessant zijn om te bekijken of die doelgroep overeenkomt met de groep die ons daadwerkelijk volgt. Scrollend  door onze 320 volgers, zien we daar ook veel musea en andere culturele organisaties, erfgoedmensen, bureaus op het gebied van architectuur en design. Om maar te zeggen: doelgroepen zijn zo strikt niet van elkaar te scheiden en overlappen elkaar goeddeels. Om ‘de cultuurconsument’ als uitgangspunt te nemen is heel werkbaar (die professionals zijn óók gewoon cultuurconsumenten, al dan niet in hun vrije tijd), maar we moeten ook weer niet te bang zijn om iets te posten dat misschien een beetje richting vakpubliek gaat, af en toe. We denken dat je gaandeweg ook gewoon naar de praktijk moet kijken; wie zijn nu eigenlijk onze volgers, en moeten we onze contentstrategie daarop misschien bijstellen.

Kijkend naar de lijst Following, is er weinig lijn te brengen in wie wij zelf op Twitter volgen en wie niet. Waarom wel Vereniging de Hollandse Molen, en niet Ed Taverne, emeritus hoogleraar architectuurgeschiedenis in Groningen? Waarom wel een willekeurig individu die niemand kent, en niet een museumprofessional? Vooral in het begin zijn mensen gevolgd met geen andere reden dan als soort beloning dat ze de eerste volgers waren. Een aardig gebaar, maar of we er goed aan doen? We hebben er eigenlijk niets aan, behalve dat het een hoop ruis geeft. En bovendien: ook met wie je volgt laat je zien wie je bent, en mensen achteraf weer ontvolgen, is ook weer zo onaardig. Niemand zal ook van ons verwachten dat we iedereen terug gaan volgen.

Zoeken met http://searchtwitter.com/  levert niets op voor nederlands architectuurinstituut of netherlands architecture instiute. Ook niet met “”. Niemand gebruikt zo’n lange naam in een tweet. NAi geeft juist weer teveel resultaat, en voornamelijk ruis. Dat neem je niet weg door te zoeken op tweets geschreven in het nederlands. Resultaten blijken helemaal niet louter Nederlandse tweets te bevatten. NaiCollectie levert ook niks op, terwijl dat wel gebruikt is in tweets. Misschien te oud inmiddels.
Over ‘architectuur’ wordt te veel gezegd om te kunnen volgen. Als je wel iets ziet waar je op in kunt springen is het een toevalstreffer. Je moet zoekopdrachten, welke dan ook, trouwens vaak herhalen, omdat ‘older tweets’ al snel niet meer beschikbaar zijn. Toch vonden we zo wel iemand die tweette benieuwd te zijn naar de lezing van John Habraken bij ons. Het bericht was gehashtagged met #NAi en #Architectuur. Als je alleen naar je Mentions had gekeken (@NaiMuseum) dan had je dit bericht niet gezien. We hebben met een Reply gereageerd, en verwezen naar de informatie over de lezing op onze website. Het blijkt iemand te zijn die het Rotterdamse bureau/bedrijf Architectuurzaken runt. Via dit account kwamen we op die van twee redacteuren van het tijdschrift De Architect. We hebben ze, uit naam van NaiMuseum, gefollowed. Ook omdat het aardig zou zijn om wat meer architectuurnieuwtjes te twitteren, zeker als ze gerelateerd zijn aan iets dat hier speelt.

woensdag 20 april 2011

Join this group?

Wat ik ook een leuk ding van Flickr vind, zijn de zogenaamde groups of pools.
Het zijn dwarsdoorsneden van het Flickr aanbod, die (meestal) gewijd zijn aan een bepaald onderwerp, een thema of een fotografisch procede. Sommige groepen zijn openbaar (iedereen kan een foto posten), anderen besloten (je wordt uitgenodigd je foto toe te voegen). Voor foto’s die ik upload naar het NAi Collectie account, probeer ik vaak ook een passende groep te vinden. Algemeen (Dutch architecture, Vintage interiors) tot heel specifiek (Magazijn De Bijenkorf and its architecture). Op die manier vergroot je de kans dat foto’s gevonden worden. Elke groep heeft zijn eigen regels, en de criteria waaraan een foto moet voldoen zijn soms streng. Zo postte ik eens een foto in de groep Minimal Landscapes die prompt geweigerd werd. Er was enige tekening waarneembaar in de wolkenlucht, waarmee de foto gediskwalificeerd werd. Niet minimaal genoeg. Maar leuk was wel dat ze de moeite namen elke afwijzing te motiveren, waardoor er leuke discussies ontstonden waar ook andere gebruikers zich in gingen mengen.

03-03.v2.jpg
Foto van Kevin Kunstadt

Zelf een groep opzetten kan een middel zijn om content te verzamelen, die je daarna weer elders kunt gebruiken. Zo volg ik een fotoblog, This City Called Earth, met ‘Street Photography, Architecture, Cityscapes en Urban plant life’ (?). Ik had al wel gezien dat al die foto’s van Flickr kwamen, en ik vroeg me af of je die dan zomaar mocht gebruiken voor een ander blog. Eigenlijk niet natuurlijk. Maar de gelijknamige Flickr-groep is speciaal opgericht met dat doel. Mensen die iets in die groep posten, gaan akkoord met de groepsregels, en geven daarmee toestemming om de foto’s te hergebruiken. En voor velen zal dat juist een van de redenen zijn om hun foto’s te posten. Het zijn toch voornamelijk amateurfotografen die het leuk vinden als hun werk verspreid wordt, niet alleen op Flickr maar ook daarbuiten. Je kunt in een groep gericht content verzamelen voor andere toepassingen. Als je alleen foto’s met een Creative Commons-licentie accepteert, dan zou je daar op je eigen website (die van het NAi bijvoorbeeld) of op een ander platform iets leuks mee kunnen doen. Het Wiki loves art project heeft op een soortgelijke manier gewerkt: van verschillende gebruikers content verzamelen over een bepaald onderwerp (kunstvoorwerpen in Nederlandse musea), om die vervolgens te hergebruiken. In dit geval in de beeldbank Wikimedia en vervolgens Wikipedia. Dan heb je toch mooi een set foto’s met een vrije licentie tot je beschikking.

Stad en land, komt er iemand langs?

Erg leerzaam die Flickr oefening. Dus nu staan er twee sets, Stad (Brussel) en land (het gebied tussen Leiden en Alphen) op onze Flickr account. Het is me zelfs gelukt om al die foto's aan een plek op de kaart de koppelen, hoewel ik niet meer wist waar die geit in Hazerswoude precies stond ...
Nu maar zien of er iemand langs komt ... Heb wel nog gekeken of ik een group vond waar ik de sets aan kon linken, maar zo snel vond ik niet iets voor de hand liggends.
Wat wel heel eenvoudig is, is in je blog een linkje naar ons Archivista zetten. Je zoekt eerst iets op in Archivista en dan plak je hier het linkje uit de adresbalk. In dit geval de Josephkerk van Jan van der Laan aan de Herensingel in Leiden. Wat heel praktisch is als je blog over Jan van der Laan gaat. En zo kunenn we samen Archivista en andere internetbronnen en -informatie van het NAi via social media verspreiden en bekendheid geven!
Renovatieproject bij Munstschouwburg Brussel

Lekkr geflickrd met Joke

Naturalis Leiden, 2010

dinsdag 19 april 2011

to tag or not to tag

Vandaag me maar eens aan de slag gegaan met de wondere wereld van het "taggen"
Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik hiermee moet.
Als ik op het net op zoek ga naar informatie dan ga ik direct naar de website van de betreffende instelling waar ik informatie hoop te vinden. Deze zijn meestal zodanig gestructureerd dat ik snel de informatie vind. Thuis vind ik het leuk om op youtube (soms ook wel andere tubes...maar jullie hoeven ook weer niet alles van me te weten) wat rond te zoeken. Vooral muziekitems hebben dan mijn voorkeur; de meest prachtige en bijzondere opnamen kom je dan tegen. Gisteravond nog een filmpje bekeken van Cecilia Bartoli die een practige aria zingt van Il Farnace - Gelido in ogni vena
http://www.youtube.com/watch?v=G6r9kPwZdfQ

Ik let dan eigenlijk nooit op informatie verder op de pagina, de "comments" laat ik meestal voor wat ze zijn en of er tags geplaatst zijn weet ik eigenlijk niet.Wel klik soms door op filmpjes die gerelateerd zijn aan het filmpje dat ik net heb bekeken..Waarschijnlijk maak ik dan gebruik van een systeem van tagging maar daar daar ik dan niet bij stil.

Maar de opdracht was om zelf te taggen.
Ik had jullie hier graag een foto laten zien van de modeontwerper Max Heymans die onderuit gezakt in een stoel door tijdschriften aan het bladeren is maar ik kreeg deze niet in dit bericht gekopieerd. (dat mag iemand mij laten zien hoe je dat doet)
http://www.flickr.com/photos/nationaalarchief/4106588288/in/set-72157622808747968

Ik heb de "tag" "Knal" toegevoegd...
Hiermee heb ik soort van persoonlijke enigmacode achtergelaten op het web...
alhoewel...er zullen enkelen zijn die mijn "tag" snel weten te kraken.

Alfred






zaterdag 16 april 2011

Schapen en kamelen

Deze foto van een stel glimlachende schapen heeft in Flickr (helaas) een All Rights Reserved licentie gekregen, en de maker heeft downloadopties 'gedisabled'. Ik kan wel de link van de foto kopieren en plakken, maar ik zie eigenlijk geen mogelijkheden om het plaatje te embedden, en dat ligt waarschijnlijk aan de instellingen van de maker. Ik probeer het met een ander plaatje, uit Flickr Commons. Hier heb ik wel de optie 'grab html' omdat de foto een vrije licentie heeft ('No known copyrights restrictions' in dit geval, of een CC-licentie):

Woestijnruiters / Desert riders
Dit is een foto van Willem van de Poll, door het Nationaal Archief gepost op hun Flickr Commons account. Glimlachende kamelen, zou je er graag in willen zien.

Als je een 'All Rights Reserved'-plaatje niet kunt insluiten, zijn ze bij Flickr kennelijk van mening dat insluiten wel inbreuk maakt op het auteursrecht, en daar kan ik ze eigenlijk geen ongelijk in geven. Je toont de afbeelding zelf immers, er is dan weinig verschil met downloaden en credits toevoegen, of in de credits een link naar de bron opnemen. Wat dus allemaal niet mag. Insluiten wel toestaan zou het onderscheid tussen wat wel en wat niet mag wel erg vaag maken. Ik zie tenminste het verschil niet tussen de weergave van deze twee plaatjes en een 'gewoon' gedownloade foto.

Wat ook leuk is: een diashow insluiten van een hele set foto's. Ik neem even onze eigen NAi account, met de meest recente set foto's. HTML krijg je door eerst Slideshow te kiezen, en dan de Share opties aan te klikken. Je kunt de code aanpassen om de diashow passend op je pagina te krijgen.



Deze foto's hebben ook allemaal een All Rights Reserved label, maar als set kun je ze weer wel insluiten. Dat lijkt me redelijk, op deze manier is een stuk duidelijker dat ze van een externe bron komen. En je kunt ze bovendien minder makkelijk downloaden.

woensdag 13 april 2011

Mijn eerste blog

Bekijk mijn eerste zelfgemaakte blog. Misschien is het niet een hele echte blog, die veel discussie of interactie los gaat maken, maar het is wel een manier waarop je een hobby kan presenteren, en reacties van anderen daarop kan krijgen.

Vreemde vogels



Zoals Alfred bij het woord bloggen associaties heeft met zware klei zo moet ik bij taggen altijd aan wildplassen denken. Een raar soort territoriumafbakening waar de hondenfluisteraar nog een flinke kluif aan zou hebben.


Met dit in het achterhoofd ga ik voor m'n 3e ding braaf naar Ik weet wat dit is. Blijkbaar was iemand met hoge nood me voor met tags als Gaaf, Eng en Lelijk. Bij deze vreemde vogel aangekomen moet ik ineens aan De man die zijn vrouw voor een hoed hield denken. Zou de beste man ook taggen...

donderdag 7 april 2011

Vertrouwen

Ik las vorige week in NRC een artikel over de aankoop van het Mauritshuis van een stilleven met bloemen. Het was een zeldzaam schilderij omdat het ging om bloemen die nog geschikt werden, in plaats van een voltooid boeket. Het schilderij kwam uit particulier bezit. De directeur van het Mauritshuis vertelde dat het jaren had geduurd voordat de eigenaren tot verkoop bereid waren. Hij gaf aan dat hij er jaren aan had gewerkt om vertrouwen te winnen van de verkopende partij en dat dit belangrijk was voor de deal. Een tweede argument van de verkoper om uiteindelijk het schilderij te verkopen was dat hij het belang er van in zag dat het schilderij in een museum terecht kwam. En dat het Mauritshuis de enige juiste plek was. Als collectiebeheerders weten wij dit eigenlijk wel. En toch vind ik het verhelderend om weer eens stil te staan bij 2 kernwaarden waar het bij acquisitie van archieven omgaat: vertrouwen en noodzaak.
Ellen Smit

schieblogt: Bloggen voor het NAi

schieblogt: Bloggen voor het NAi: "Ik heb enkele malen een blog geschreven voor het NAi. Ik vind het protocol van het NAi heel helder, maar ik merk dat ik het bloggen zelf wat..."

Ik deel de observatie van Hetty. Ik begrijp dat het NAi een protocol heeft en dat er een redactie is die de berichten eerst leest. En aan de andere kant zou ik het liefst snel en vlot een ervaring/kennis van mijn werk even snel bloggen en delen met anderen, zonder dit vooraf aan iemand te laten lezen. Maar de belangrijkere vraag die hier achter ligt, is volgens mij: blog je op persoonlijke titel of blog je op naam van het NAi?
Ellen Smit

Bloggen voor het NAi

Ik heb enkele malen een blog geschreven voor het NAi. Ik vind het protocol van het NAi heel helder, maar ik merk dat ik het bloggen zelf wat informeler en persoonlijker zou willen doen. De tijdspanne tussen het moment dat ik de blog schreef en het moment dat de blogredactie 'm plaatste was te groot. Dat verminderde m'n enthousiasme. Ik vond dat de blogs zó doortimmert moesten zijn, dat het net zo goed reguliere webartikelen konden zijn. Daarom ook lees ik soms liever prikkelende, korte observaties op Facebook dan blogs. behalve dan natuurlijk van m'n echte favorieten.....

dinsdag 5 april 2011

Ook mijn eerste keer

Alfred heeft het gras al voor mijn voeten weggemaaid. Ik kan me helemaal vinden in zijn eerste blog. Ik heb een hekel aan fora als 'geen stijl' en 'fok'. Ik hoef niet zo nodig te lezen als de gemiddelde Nederlander 'zegt wat ie denkt' op Internet. Ik heb in het dagelijks leven al weinig op met gemiddelde Nederlander, dus ik zoek het ook niet op op Internet. Ik laat de spelfouten, kromme zinnen en verontrustende uitingen dan ook aan mij voorbij gaan. Ik was dan ook onthutst toen rond 2009 zelfs op de NRC-site het niveau schrikbarend begon te dalen. Ik ben fan van http://weblogs.nrc.nl/ik/, niet zozeer van het 'ikje' op de achterpagina van het NRC, maar van de reacties op het ikje op de site. Een vaste kern - met als hoogtepunt deSchrijvendeRechter - fileert en becommentarieert het ikje. Vilein, maar nooit echt gemeen, en altijd met humor. Deze reacties riepen niet al te fraaie tegenreacties op, soms ook van de schrijver van het ikje, en de redactie heeft toen de reactiemogelijkheid gesloten. Ook het NRC is een dalend cultuurgoed aan het worden ... Blogs zijn van een andere orde, maar ook deze volg ik niet. Ik vroeg me af waarom en kwam erop uit dat er geen persoon is waar ik veel van te weten zou willen komen. Iemand die zo interessant is dat ik zijn of haar gedachten wil kennen, voorkeuren, hersenspinsels, kroegbezoeken, hoogdravende theorieën en het verhaal over de zieke kat. Mis ik dan iets? Ja, een 'held' in mijn leven aan wiens lippen ik zou willen hangen. Behoefte om zelf te bloggen heb ik niet: waarom iets melden als ik niets te melden heb? Snippers van mijn leven krijgt men wel te horen of te zien in gesprekken, in mails of op Facebook. Daar bereik ik de mensen die mij kennen en die het leuk vinden om op de hoogte gehouden te worden van mijn wel en wee. Mis ik iets? Ja, een spannend leven, boeiende theorieën, gefundeerde meningen over van alles en nog wat, gekke hobbies en een kat (ziek of niet). Ik verklaar bij deze dat ik niet ga bloggen totdat ik aan bovenstaande voorwaarden kan voldoen. Om Wittgenstein aan te halen: 'Waarover men niet spreken kan, zou men beter zwijgen' (Uit Tractatus Logico-Philosophicus, 1921/22. Bron: Wikipedia)

mijn eerste keer

Bloggen, misschien komt het door de klank van het woord dat bij mij associaties oproept van het met de hand omspitten van zware rivierklei dat ik eigenlijk zelden blogs lees, volg, laat staan schrijf. Misschien is het, omdat ik me al voortdurend erger aan de onzin die ik op tv zie en hoor, of in de krant lees, al die zogenaamde kennisspecialisten waar ik het zelden mee eens ben, dat ik de digitale uitingen maar aan mij voorbij laat gaan. Maar bovenal is het zelfbescherming want in mij schuilt een notoire mopperaar; want als je dan zoals ik denkt, "dit kan niet, ik moet hierop wat zeggen" dan moet je voor het schrijven van een ingezonden brief heel wat moeite doen, maar nu de "reageerknop" al onder het artikel staat is je onbesuisde mening al de wereld in voor dat je er erg in hebt. Maar om mij heen krijg ik te horen dat er hele interessante blogs zijn, waar je mensen kunt volgen met leuke verhalen waarop je niet direct hoeft te reageren dus laat ik mijn scepsis voor wat het is en stort ik mij op het blog.

maandag 4 april 2011

Clean up!

Ik heb op Flickr een paar tags toegevoegd. Ik gebruik Flickr zowel prive als voor het NAi, dus dat is niet nieuw. Wel leuk om te zien hoe een foto van een boer met een hooiwagen (en op de achtergond een Fokker vliegtuig in de lucht) getagged wordt met zo’n vijftien termen die iets over dat vliegtuig zeggen, en niet 1 die slaat op paard of wagen. Tags als: F.VIIb/3m, Specht en PH-AFS. Hier is duidelijk een Fokkerfreak bezig geweest. Jammer dat ik niks weet van landbouwwerktuigen en niet verder kom dan 'hooiwagen'. Overigens: ik heb altijd geleerd dat trefwoorden/thesaurustermen in meervoud worden gebruikt. Dat zie ik eigenlijk nergens meer terug. Trekt iemand zich daar nog wat van aan?

Nu dan het Freeze-tag spel van Brooklyn Museum. Belangrijk bij taggen is dat je je publiek een reden geeft om te taggen. Vaak wordt het spel- of competitieelement gebruikt om mensen te verleiden tags toe te voegen. Bij Flickr is dat niet nodig, Flickr is in principe bedoeld om je eigen collectie foto’s te uploaden. Dat je ze tagt is dan in je eigen belang. Je wilt immers dat ook anderen jouw foto’s kunnen vinden en bekijken. Instellingen die hun collecties op Flickr zetten, kunnen dus op de site zelf weinig doen om hun publiek aan het taggen te krijgen.

Dat is iets waar Brooklyn Museum juist van alles aan doet. Ik krijg plaatjes te zien van kunstwerken, met daarbij de beschrijving uit de catalogus en de ‘omstreden’ tags: tags waarover de ‘gemeenschap’ van mening verschilt: wel of geen goede tag, behouden of vewijderen. Ik kan een stem uitbrengen op een van die opties. Zo verzamel ik gaandeweg punten. Tegelijkertijd zie ik dat iemand het met me eens is: Lisa1974 vindt ook dat het trefwoord ‘baard’ behouden dient te blijven. Ik krijg een bonuspunt. Na twintig punten word ik beloond met een grappig filmpje. En ik krijg de waardering die ik verdien: ‘Thanks for helping us clean up! We know it’s work, and you’re awesome!” En wat ik te zien krijg: een oud reclamefilmpje voor schoonmaakmiddel Mr. Clean. Ik heb tijdens deze eerste sessie 14 tags beoordeeld en 21 punten behaald. Om de nummer 1 te verslaan, heb ik nog 4701 punten te gaan!


Mijn beloning: het Mr. Clean filmpje

Brooklyn Museum geeft je inderdaad genoeg reden om mee te doen: je kunt punten scoren en dus winnen (of in elk geval beter zijn dan een ander), je leert iets over kunstwerken, je hebt het gevoel dat je deel uitmaakt van een gemeenschap, want je zit niet in je eentje te ploeteren (Jenny vindt ook dat ‘Anecdotical’ weg moet), je wordt beloond, en je krijgt het gevoel dat je iets belangrijks aan het doen bent. Slim gedaan.

zondag 3 april 2011

Single issue blogs

Ik volg wel een aantal blogs, vooral op het gebied van fotografie, maar ze echt dagelijks volgen en reageren op posts, dat doe ik eigenlijk weinig. Wat ik wel een charmant type blog vind zijn de zogenaamde ‘single issue blogs’ (waarvoor vooral de blogdienst Tumblr een goed platform biedt). Die zijn gewijd aan maar 1 onderwerp, en dan ook nog een zeer specifiek onderwerp. En dan bedoel ik dus: echt heel erg specifiek. Niet erg nuttig of informatief, gewoon voor de lol. Een paar favorieten:

Kim Jong Il looking at things. Daarop worden foto’s gepost van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong Il, die tijdens zijn vele bezoeken aan bedrijven, instellingen en god weet wat meer, wordt rondgeleid. De bijschriften zijn zo droog, dat ze in combinatie met de repeterende inhoud van de foto’s ronduit hilarisch zijn. Eigenlijk zijn alle foto’s het zelfde: een glimlachende delegatie op de achtergrond, iemand die iets aanwijst, en de grote leider die er tamelijk stoicijns naar staat te kijken.

This is why you are fat. Een klassieker in het genre. Op dit blog kan iedereen foto’s insturen van ‘calorie bombs’, gerechten die zo goor en vet mogelijk zijn. Hoe ongezonder en smeriger de combinaties, hoe vermakelijker. Ook wel omschreven als ‘junk food porn’. Het fijne eraan is ook dat je je plotseling enorm goed voelt over je eigen eetgewoonten. Ik lees nu trouwens net op Wikipedia dat de site inmiddels niet actief meer is. Jammer.

Things organized neatly. Op dit blog worden foto’s gepost van allerlei dingen die netjes georganiseerd zijn. De zorgvuldig uitgestalde onderdelen van een gitaar, op kleur gesorteerd fruit, of een stuk watermeloen waarvan de pitjes in nette rijtjes zijn uitgelegd. Rijen, stapels, patronen en vormen. Voor de liefhebbers van netjes.

Uit het IKEA kookboek: ingredienten als zelfbouwpakket. Bron: Things Organized Neatly

Handcrafted Internet Radio

Op Facebook leur ik al een tijdje met 8tracks.com, maar vooralsnog slaat dat niet erg aan. Maar omdat ik het zelf zo’n leuke site vind, ga ik er hier gewoon nog even mee door. Handcrafted internet radio noemen ze het zelf, en inderdaad heeft het iets knutseligs, iets ouderwets frobeligs. Vroeger maakten we altijd verzamelbandjes voor elkaar, door tracks van elpee’s op cassettebandjes te zetten. (Volgens mij vooral een jaren ‘80 fenomeen, dus ik leg het maar even uit.) Uit tijdschriften knipte ik dan plaatjes die ik achter het klepje stak bij wijze van albumhoes. Met 8tracks doe je eigenlijk hetzelfde, maar dan digitaal. Je uploadt tracks vanaf je computer, je stelt een compilatie samen van minstens 8 nummers, je kiest een plaatje en een titel, voegt tags toe en publiceert je ‘mix’. Die mix kun je vervolgens op je blog of Facebookpagina delen. Je kunt ook mixes van anderen beluisteren, ‘liken’, erop reageren en delen. Mixes worden, op basis van je tags en beschrijving, automatisch aan elkaar gekoppeld (of je doet dat zelf handmatig), dus op die manier kun je de site inderdaad ook als radiostation gebruiken.

Er zijn wel een paar merkwaardige voorwaarden verbonden aan het gebruik van 8tracks, die vermoedelijk alles te maken hebben met muziekrechten. Ik stel me zo voor dat de bedenkers van 8tracks met hun mooie ideeen behoorlijk lang om de tafel gezeten hebben met de muziekindustrie, en dat er zo een wat wonderlijk compromis is uitgerold. Zo mag je niet meer dan twee nummers van dezelfde artiest gebruiken in je mix. Je mag, terwijl je een mix beluistert, maar een paar keer per uur een nummer overslaan (doorspoelen). En iemand die een mix voor de tweede keer beluistert hoort de tracks in willekeurige volgorde. O ja, en als je je mix beschrijft, mag je maar 3 artiesten met naam noemen, en geen titels. Je kunt dus geen tracks ‘on demand’ afspelen, en de mate van interactiviteit bij het beluisteren van mixes is beperkt. Die beperkingen kun je als nadeel zien, maar 8tracks heeft ook een ander doel dan een ‘on demand’ service als Spotify. Doordat je niet precies dat kunt afspelen wat je wilt horen, en doordat je niet weet wat het volgende nummer wordt, brengt 8tracks je in aanraking met nieuwe muziek. Zoals een ouderwetse radio.

Het heeft waarschijnlijk ook met rechten te maken dat een van de aardigste features onlangs en onder groot protest verdwenen is: de mogelijkheid om de geuploade tracks van anderen in je mix op te nemen. Je mag nu alleen nog maar tracks gebruiken die je van je eigen computer af haalt. Waarmee natuurlijk ook niet gegarandeerd is dat die op legale wijze verkregen zijn.

vrijdag 1 april 2011

maandag 28 maart 2011

Over Facebook en Twitter

'Behalve tot tijdsverspilling, leiden sociale media ook tot gebrek aan concentratie, akelig gedrag en verstoorde relaties'. Zegt Stine Jensen in de Volkskrant van afgelopen zaterdag in een interview nav de Maand van de Filosofie.

zaterdag 26 maart 2011

Mensen van de inhoud

Tijdens de eerste bijeenkomst, een introductie op de cursus en het sociale web, moest ik aan twee dingen in het bijzonder denken. Het eerste was dat wij ons tot nu toe vooral gericht hebben op de grote, algemene sociale platforms, zoals Twitter, Facebook, YouTube, Flickr. En nu ben ik plannen aan het maken voor Wikipedia en Wikimedia. Omdat daar de grote massa zich ophoudt, omdat daar je boodschap of je collectie in groten getale gedeeld en verder verspreid kan worden. Het zijn voornamelijk publieksdiensten.

Ik vroeg me af of we niet soms dreigen te vergeten de inhoud op te zoeken. Die kleine niches waar precies dat publiek of die vakgenoten zitten met wie jij je ideeen en plannen kunt bespreken, met wie je misschien kunt samenwerken of die je nodig hebt voor je informatievoorziening. Daarom is het volgens mij zo belangrijk om ook ‘mensen van de inhoud’ met sociale media te laten werken. Tussen vakgenoten vindt de werkelijke kennisoverdracht plaats. En dan zijn die grote platforms soms wel, maar niet altijd de juiste. Dan is het in elk individueel geval zoeken naar een medium dat geschikt is voor je eigen vakgebied en je eigen doelstellingen. Uiteindelijk moet er denk ik een soort onderstroom gaan ontstaan van vakspecialisten die onder eigen naam dat sociale web opgaan. Die scheiding is bij mijzelf ook aan het ontstaan: op Facebook, op @NAiMuseum en op Flickr post ik, uit naam van het NAi, dingen over de collectie die voor een algemeen publiek leuk of interessant zijn, een gemeleerd publiek soms van ‘cultuurconsumenten’ en ‘jonge professionals’ , maar toch:consumenten. Aan de andere kant gebruik ik het weblog Archief 2.0 en sinds kort Twitter om op persoonlijke titel in contact te komen met vakgenoten uit de (digitale) erfgoedwereld. Het zou een misvatting zijn te denken dat na deze cursus ‘iedereen op Facebook moet’. Want waarschijnlijk is dat helemaal niet zo zinvol. Ik hoop vooral dat na deze cursus iedereen in staat is de voor hem of haar ‘juiste’ tools en platforms te kiezen en te gebruiken.

vrijdag 25 maart 2011